Er is al genoeg tegen je gepraat.
Over wat je moet doen.
Hoe je sterker moet zijn.
Hoe je moet veranderen.
Dit boek doet iets anders.
Het komt naast je zitten.
Op de momenten waarop je hoofd overneemt.
Op de avonden waarop alles te veel voelt.
Op de momenten waarop je gewoon even wilt verdwijnen.
Niet om je te fixen.
Niet om je te redden.
Alleen om bij je te blijven
terwijl we samen kijken naar wat er nu is.
Van buiten lijkt alles normaal.
Je functioneert.
Je regelt dingen.
Je glimlacht.
Maar vanbinnen loopt er iets mee.
Gedachten.
Onrust.
Angst.
Of die ene zucht:
“Ik wil gewoon even rust.”
En soms voelt het alsof niemand écht ziet
hoeveel energie het kost
om alles draaiende te houden.
Dit boek gaat niet over controle.
Niet over positief denken.
En niet over jezelf verbeteren.
Het gaat over iets veel kleiners.
En misschien veel menselijkers.
Iemand die naast je blijft zitten
terwijl het moeilijk is.
Zodat je langzaam ontdekt
dat je niet weg hoeft van jezelf
zodra het zwaar wordt.
Wat als je niet sterker hoeft te zijn?
Niet rustiger.
Niet beter.
Wat als je gewoon even mag zitten
zoals je nu bent?
Misschien begint daar iets
wat veel zachter is
dan vechten tegen jezelf.
Na alles.
Na alle nachten.
Na alle momenten waarop je dacht
dat je het niet aankon.
Je bent hier nog steeds.
Dat zegt iets.
Soms is het genoeg
dat iemand blijft zitten.
